Bij laserbronnen kunnen verschillende verdelingen gemaakt worden. De verdeling die hier gemaakt wordt is die van vaste stof en gaslasers . Bij de vaste stof lasers wordt het laserlicht opgewekt in een vaste stof, dit is bijvoorbeeld het geval bij de Nd:YAG-laser en de diodelaser. Bij de gaslasers wordt het laserlicht opgewekt in een gas, dit gebeurt bij de CO2 en de excimer laser. Dit laatste type laser heeft dan ook een gas nodig om te kunnen werken. Een tweede doel van het gas is vaak om voor koeling te zorgen.
In de resonator buis van een CO2 laser bevindt zich CO2 (1-9%) met helium (60-85%) en stikstof (13-35%). De stikstofmoleculen worden gebruikt om de CO2 moleculen in geëxciteerde toestand te brengen, terwijl helium voor de koeling moet zorgen.
Bij de excimer laser bestaat het lasergas uit een mengsel van een edelgas: xenon, krypton of argon en een halogeen: meestal fluor of chloor.