Wat is een laser?
Een laser (ook wel laserbron) is een apparaat dat laserstraling maakt. Laserstraling is een bijzondere vorm van licht. Een aantal bijzondere eigenschappen van laserstraling:
- een laserstraal bevat alleen licht van 1 golflengte (=”kleur”)
- een laserbundel blijft ook over langere afstanden heel parallel (een lamp bijvoorbeeld schijnt alle kanten op)
Met laserstraling kan je vanalles doen, bijvoorbeeld iets aanwijzen (laserpointer), iets verlichten (een laser in een CD-speler), informatie versturen (lasers in de communicatietechniek), afstand meten, obstakels detecteren (lasers in de beveiliging), etc. Met lasers kun je ook materiaal bewerken; daar houden we ons bij het Laser Applicatie Centrum mee bezig.
Bij materiaalbewerking met lasers wordt in het overgrote deel van de gevallen materiaal tot smelten gebracht of zelfs verdampt. Daarbij wordt van de eigenschap van laserstraling gebruik gemaakt, dat deze lichtbundel heel parallel loopt. Op deze manier is het mogelijk om met behulp van een lens, de laserstraling te concentreren in een heel klein vlekje: de laserspot of kortweg spot. Door de laserstraling in een heel klein spotje (ordegrootte in veel gevallen zo’n 10 micrometer tot 0.6 mm) te concentreren, kan materiaal heel lokaal heel sterk verhit worden in een hele korte tijd.
Het is mogelijk om laserstraling onder te verdelen in continue straling (=continuous wave, cw) en gepulste straling. Bij continue straling staat de laser continu aan, zoals de naam al aangeeft. Bij gepulste laserstraling levert de laser steeds slechts gedurende korte perioden laserlicht af. Continue laserstraling wordt over het algemeen gebruikt bij het snijden en lassen van wat dikker materiaal, bij het cladden, etc. Gepulste laserstraling wordt over het algemeen gebruikt bij het lassen en snijden van dunner materiaal, bij het graveren, bij het verdampen van materiaal (ableren), etc.

